Brel was onverbloemd zichzelf. Het liet hem koud wat de goegemeente van hem dacht. De non-conformistische chansonnier stond bekend om zijn flamboyante stijl, anti-kwezelarij en olympische prestaties op het podium. Ondanks zijn oorspronkelijk fel bekritiseerd Brussels accent groeide hij uit tot een internationale beroemdheid. Wereldsterren als Shirley Bassey, David Bowie en Nina Simone zongen zijn liedjes. De man die van onze bruisende hoofdstad een werkwoord maakte, is puur Brussels erfgoed.
Wie was die slungelachtige, intense chansonnier?
Brel werd op 8 april 1929 geboren in Schaarbeek, in een katholiek, burgerlijk milieu. Hij deed het niet goed op school en de Tweede Wereldoorlog vergalde zijn jeugd. Met optreden begon hij al in het Franstalig Institut Saint-Louis en in de jeugdbeweging. Daar leerde hij ook zijn latere vrouw kennen, Miche. In zijn vaders kartonfabriek werken ging hem niet af. Al snel werd liedjes schrijven een passie: zijn plaats was op het podium. In 1953 laat hij een 78-toerenplaat persen met twee nummers. Het levert hem een auditie op bij Canetti, de talentscout die onder meer ook Georges Brassens ontdekte. Canetti helpt hem aan optredens in Parijs maar Brel overtuigt niet. Teveel gekke bekken en rare gebaren. En dan dat accent!
Maar Brel is niet te stuiten: le petit Belge verhuist naar de lichtstad. Hij schrijft er het ene nummer na het andere en treedt op in achterafzaaltjes. Het applaus is maar lauw. Zijn teksten worden te prekerig bevonden. In 1955 doet hij het voorprogramma van Bobbejaan Schoepen in de Ancienne Belgique. Maar de echte doorbraak komt er in 1956 wanneer hij Quand on n'a que l'amour opneemt, zijn eerste succesnummer. Op aanraden van zijn toenmalige pianist en latere arrangeur François Rauber laat hij zijn gitaar vaker links liggen. Zo krijgen zijn armen de volledige vrijheid. Een gouden tip, want zijn gemolenwiek werd zijn handelsmerk!
- Weetje: het geboortehuis van Jacques Brel vind je vlakbij Square Plasky, aan de Diamantlaan 138. Een gedenkplaat herinnert eraan dat de kleine Jacques hier werd geboren, om drie uur 's morgens. Maar het gezin Brel verhuisde al na zes maand naar de Kerselarenlaan 55, iets verderop.
Brel, de rebel
Aan het eind van de jaren 1950 ontpopt Brel zich tot podiumbeest par excellence. De ene keer klinkt hij honend om daarna weer erg lyrisch uit de hoek te komen. Gedaan met het idealisme van zijn beginjaren. Hij begint te schoppen tegen alle heilige huisjes van zijn jeugd. De kerk, de burgerij, de volgzaamheid van de Vlamingen... het moet er allemaal aan geloven. Zelf is hij afkomstig uit de West-Vlaamse Franssprekende burgerij, dat geeft hem recht van spreken. Met het album La Valse à mille temps (1959) bevestigt Brel zijn talent als chansonnier. De samenwerking met de pianist Gérard Jouannest levert hem zijn allergrootste hit op, het verscheurende Ne me quitte pas.
- Weetje: wat hebben Adamo, Arno, Shirley Bassey, David Bowie, Sam Cooke, Marlène Dietrich, Will Ferdy, Raymond van het Groenewoud, Johnny Halliday, Liesbeth List, Nina Simone, Will Tura, Herman Van Veen en Johan Verminnen met elkaar gemeen? Ze hebben allemaal nummers van Brel gezongen!
Brel in Brussel
Brel werd in Schaarbeek geboren, maar het gezin verhuisde al snel naar de Kanaalwijk. Hij liep school in Molenbeek. Op zijn dertiende verhuisde het gezin Brel naar Anderlecht. De jonge Jacques zou er blijven tot zijn 22ste. Dan gaat hij met zijn kersverse vrouw weer in Molenbeek wonen, niet ver van de kartonfabriek waar hij toen werkte (Brigade Pironlaan 29).
Zijn tijd in Anderlecht inspireerde hem tot het schrijven van het liedje Madeleine:
‘Ce soir j’attends Madeleine,
On prendra le tram trente-trois,
Pour manger des frites chez Eugène…’
Tram 33 reed vroeger tot het einde van de straat waar de Brels woonden. De tramlijn bestaat niet meer, maar waar vroeger de terminus van de mythische tramlijn was, vind je nu de Henri Reysquare. De tekst van Madeleine staat er in de blauwe steen langs de paadjes gebeiteld. Eugène zal je daar niet vinden, maar wel de frietjes van Stelio, Chez le Greque!
- Weetje: Dat Brussel in Brels tijd een bruisende stad was, staat vast. In zijn liedje Bruxelles maakte de chansonnier er zelfs een werkwoord van: Brusselen. In datzelfde liedje zingt hij over la place Sainte-Justine. Succes bij het vinden van dat plein: het bestaat niet! Brel nam wel vaker eens een loopje met de werkelijkheid in zijn teksten…
L'Envol (De Vlucht)
Jacques Brel maakt integraal deel uit van het Brussels erfgoed. Lange tijd was er echter maar een discreet borstbeeld van hem te vinden, in het vrij wilde en onbekende Jacques Brelpark in Vorst. In 2017 komt daar verandering in met het beeld van Tom Frantzen aan het driehoekig pleintje Oud Korenhuis (waar ook de Stichting Brel gevestigd is). De Brusselse kunstenaar verbronste ook al Bruegel en Hergé, en fictieve figuren als Het Zinneke, Madame Chapeau en de Molenbeekse Vaartkapoen.
Een leven na het podium
Op 15 november 1966 geeft Brel zijn laatste concert in Brussel, in het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar). Hij wil het rustiger aandoen. Nu ja, rustig. Hij acteert in een achttal Franse films en regisseert er zelf twee. Hij behaalt zijn vlieg- en zeilbrevet en plant een wereldreis met zijn zeilboot, de Askoy II. Die brengt hem naar de Marquesaseilanden in de Stille Oceaan. Ondertussen werd bij hem longkanker vastgesteld, maar op Hiva Oa (het grootste eiland van de archipel), vindt hij de rust waar hij naar zocht. Daar schrijft hij aan zijn laatste plaat: Les Marquises (1977). Het wordt een artistieke voltreffer met pareltjes als Orly (een indroevig afscheidslied), Voir un ami pleurer, Jojo (over zijn boezemvriend) of Les Marquises (over zijn geliefde Markiezeneilanden). Maar Jacques Brels intense levensstijl eist zijn tol. Hij sterft op 9 oktober 1978, amper 49. Zijn laatste rustplaats bevindt zich op enkele passen van het graf van de Franse schilder Paul Gauguin. Want daar zit het lachen in het hart en praat men met de ogen, is het hart reislustig en de toekomst overgeleverd aan het toeval…(vrij vertaald uit de titelsong Les Marquises).
Brel en de copains
Vriendschap was heel belangrijk voor Brel, daar getuigen nummers als Jef en Jojo van. Wanneer hij in 1979 Johnny Hallyday ontmoet op de set van de film L’aventure, c’est l’aventure van Claude Lelouch klikte het meteen. Johnny Hallyday was een grote fan van Brel. ‘Brel is de enige zanger die me ooit deed huilen in een zaal,’ zei hij in een RTBF-interview. De twee podiumbeesten bewonderden mekaars werk en werden vrienden. Voor Johnny was Brels Ne me quitte pas het beste nummer aller tijden. Ook al bracht Brel een totaal ander genre, toch noemde hij hem een rocker. ‘Niet vanwege zijn muziek, wel om de manier waarop hij z’n woorden en zijn teksten bracht.’