Alles begon in Brussel op een dag in 1907. De kleine Georges Remi werd er op 22 mei geboren, groeit er op, loopt er school en tekent er zijn eerste strip. Zo begint het verhaal van Hergé.
in 1929 startte Hergé aan zijn mooiste avontuur met Kuifje, in Le Petit Vingtième, de jeugdbijlage van de Franstalige Brusselse krant Le Vingtième Siècle . Vandaag, meer dan 80 jaar later, is Kuifje nog steeds de bekendste Brusselaar ter wereld. Zijn avonturen werden in een honderdtal talen vertaald, en er werden meer dan 230 miljoen exemplaren van verkocht.
Brussel maakte deel uit van het dagelijks leven van Hergé en werd zelfs een bron van inspiratie. De Brusselse sfeer is voelbaar in de verzonnen cafés, straatjes, theaters, musea en landschappen die Kuifje tijdens zijn avonturen als reporter verkent. Van de vlooienmarkt op het Vossenplein (cf. Het geheim van de Eenhoorn) tot het Koninklijk Paleis (in De Scepter van Ottokar): Brussel is overal de rode draad.
Onder impuls van het internationale succes van zijn jonge reporter schrapte Hergé hier en daar enkele al te duidelijke verwijzingen. Toch bleef hij zijn geboortestad Brussel altijd trouw. Subtiel vermeldde hij Brusselse locaties op de wereldkaarten die Kuifje hanteert. Hij gaf zijn personages sprekende namen uit de Brusselse folklore, zoals: sjeik Bab El Ehr (flapuit), baron Almaszout (stookolie) en de malafide oliemagnaat R.W. Chicklet (een Belgisch kauwgommerk).
Moet je het zien om het te geloven? Onderstaande voorbeelden kan je makkelijk ontdekken terwijl je in de straten van Brussel en in haar culturele instellingen te gast bent.