Architectuur in Jette

Jette, de grot, de chalet en de architect Diongre

Het noordwesten van Brussel moet niet onderdoen op architecturaal vlak. Het bucolische verleden van Jette is nog steeds voelbaar in het noorden van de gemeente, met zijn groene ruimten en overblijfselen van moerasland, terwijl het zuiden een grote verscheidenheid aan stijlen biedt. Hier kom je statige gebouwen en religieuze monumenten tegen maar ook indrukwekkende infrastructuur, charmante woonhuizen en zelfs een intrigerende grot. Het wordt vast en zeker een wandeling die je niet snel zal vergeten!

Vue générale place Cardinal Mercier de Jette

De architectuur van het Brugmannziekenhuis is ongebruikelijk voor een zorginstelling. De bouw van het ziekenhuiscomplex werd toevertrouwd aan Victor Horta. Die koos voor een eclectische stijl met een flinke scheut art nouveau. Het complex werd gebouwd tussen 1911 en 1921. De beroemde architect koos voor een ziekenhuis in een groene omgeving, vanuit het idee dat het zowel fysiek als moreel goed zou zijn voor de patiënten. (Arthur Van Gehuchtenplein 4)

Als je de site van het ziekenhuis verlaat, kom je al snel bij een reeks gebouwen. Eén van die gebouwen trekt zeker je aandacht. Dat is het voormalige kasteel Bonaventure, helemaal in het wit, in een herkenbare neoklassieke stijl. Op deze site staat nu een school, Heilig Hart Jette. (Heilig-Hartlaan 6)

Volgende halte: het stationnetje van Jette in Vlaamse neorenaissancestijl aan het Kardinaal Mercierplein.  Het stationsgebouw werd in 1892 ingehuldigd en is ontworpen door Franz Seulen, een bekende figuur op dit terrein die ook het station van Schaarbeek ontwierp. Tegenover het station vind je het voormalige Gemeentehuis van Jette, ook in Vlaamse neorenaissancestijl, tussen 1891 en 1901 gebouwd door Jules Jacques van Ysendyck. De Sint-Pieterskerk vervolledigt het drieluik in Vlaamse neorenaissancestijl. De stijlkeuze is geïnspireerd op de architectuur van de gouden eeuw van onze gewesten, een periode van welvaart voor de gemeenten. (Kardinaal Mercierplein)

Wat dacht je van een uitstapje naar de wereld van het modernisme? In dit geval gaat het om een bel-etagewoning, gebouwd in 1933, met achterin een kunstenaarsatelier – nu een woning – dat in 1927 werd gebouwd. Het behoorde toe aan meester-glasmaker Crickx. Die runde 40 jaar lang een van de grootste ateliers in zijn soort. Er werkten tot 50 mensen. Ze maakten er glas-in-loodramen voor enkele van de grootste kerken in België. Daar is ook de Basiliek van Koekelberg bij. Let op het boogvenster en de ramen, een knipoog naar het werk van de kunstenaar... (Ferdinand Lenoirstraat 96)

Nu is het tijd om te stappen naar de Franse Pyreneeën... Maar wees gerust, we blijven in    Brussel! De eerste halte op deze tocht door de Pyreneeën is de Onze-Lieve-Vrouw van Lourdeskerk, in neoromaanse stijl, die in 1949 voor de eredienst werd geopend. Hij is gebouwd van baksteen en beton en heeft een indrukwekkende vierkante klokkentoren. (Onze-Lieve-Vrouw van Lourdeslaan 6)

De directe buur van de kerk verwijst dan weer naar de zee: welkom bij dit mooie voorbeeld van pakketbootstijl, ergens tussen modernisme en art deco in. Het flatgebouw in gele baksteen valt op door de vele balkons, pilasters die doen denken aan scheepsmasten en platte daken. (Onze-Lieve-Vrouw van Lourdeslaan 8)

Niet ver daarvandaan ligt de tweede halte van onze excursie naar de Pyreneeën: de verbazingwekkende Grot van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. Die dateert van 1915 en is dus ouder dan de gelijknamige kerk. De grot werd opgetrokken om tegemoet te komen aan de vele pelgrims die naar het kerkje van weleer toestroomden om Onze Lieve Vrouw van Lourdes te smeken de soldaten van de Eerste Wereldoorlog te beschermen. (Leopold I-straat 290)

Het Withuis was de woonst van de dichter Mennekens. Het dateert uit 1927 en omarmt de art-decostijl. De zeer gedetailleerde vormen – let op de reliëfrijke voorgevel – zijn het werk van architect Joseph Diongre, die ook het voormalige radiogebouw op het Flageyplein in Elsene ontwierp. Het gebouw heeft ook modernistische elementen, zoals het dakterras en de glas-in-loodramen. (Charles Woestelaan 183)

Diongre onderscheidde zich ook met dit huis, dat afsteekt tegen de andere huizen in de straat. Het gebouw valt op door de ronde boogramen en balkons en door de lijsten van rode en groene baksteen. De gevel vermeldt het bouwjaar (1927) en ook de naam van de architect – zie de inscriptie in de blauwe steen van de grondmuur, links van de garagedeur. (Firmin Lecharlierlaan 175)

Zijsprongetjes:

Behoefte aan een beetje rust? Neem een pauze in het Laarbeekbos. Daar tref je de Normandische chalet aan. Die werd in 1907 gebouwd als onderdeel van een nieuwe villawijk in een gebied dat toen nog erg landelijk was. Maar die villawijk kwam er nooit! De chalet is geïnspireerd op de traditionele Normandische architectuur, met schuine daken en vakwerkgevels. Op deze plek, die nu de Chalet de Laerbeek wordt genoemd, is een restaurant gevestigd. (Laarbeeklaan 145)

Vervolgens gaan we even terug in de tijd en houden we halt bij de oude abtswoning van de Abdij van Dielegem. Dit neoklassieke gebouw, ontworpen door architect Dewez in 1775, is alles wat overblijft van het abdijdomein. Het gebouw is eenvoudig maar imponeert toch door zijn omvang. In het gebouw is nu een gemeentemuseum gevestigd. (Jean Tiebackxstraat 14)