03 augustus 2026
In Brussel zijn heel wat art-nouveau- en art-decopareltjes te vinden, met Victor Horta als boegbeeld. We doen er niet flauw over: het was een hele klus een selectie te maken, aangezien je in de hoofdstad bijzonder veel realisaties uit die tijd kan ontdekken.
Deze route loopt van Vorst via Sint-Gillis naar Elsene en schetst een beeld van de bruisende periode tussen het eind van de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw.
Etappe 1
Vertrekpunt (en we beginnen meteen sterk!): de Kemmelberglaan 5 in Vorst, de eigen woning van architect Arthur Nelissen, ook bekend onder de naam 'Villa Beau-Site'. Een onvoorstelbaar art- nouveaupand uit 1905 met in het midden een van de mooiste ramen van Brussel (samen met dat van het Saint-Cyrhuis van Gustave Strauven, op het Ambiorixplein).
We lopen de Marconistraat in om een aantal sociale woningen in art nouveau en eclectische stijl op nummer 32 te bewonderen, ontworpen door Léon Govaerts. Het nummer 34 was een ontwerp van Émile Hellemans en voor de nummers 38, 40 en 42 tekende Henri Jacobs. Op het nummer 121 (waarvoor we de route even verlaten) ontdekken we La Magneto Belge, het eerste art-nouveaugebouw van vandaag. De fabriek werd in 1941 opgetrokken door Léon Guiannotte en was gespecialiseerd in vliegtuigmotoren en ontstekingsmagneten.
Hier maken we rechtsomkeer richting Rodenbachstraat. De in 1911 geopende Rodenbachschool op huisnummers 37 en 39 werd door Henri Jacobs (dezelfde architect als de Marconi-woningen) in art-nouveaustijl ontworpen. Verderop (de nummers 14 tot 22 en 27 tot 35) vinden we de arbeiderswoningen en de woonhuizen van architecten Charles De Quecker en Alphonse Hannaert uit 1903. De stijl is duidelijk eclectischer maar nog altijd duidelijk door art nouveau beïnvloed. Dat bewijst dat art nouveau geen stijlbeweging van de hogere burgerij was. Sommigen kennen de geschiedenis van het Volkshuis, door Victor Horta tussen 1896 en 1898 in de buurt van de Zavel gebouwd in opdracht van de Belgische Arbeiderspartij. Een fantastisch meesterwerk van art nouveau, dat helaas in 1965 werd vernietigd.
Etappe 2
We lopen in de richting van de Antoine Bréartstraat (welkom in Sint-Gillis!) om het beeldhouwatelier van Jacques Sermon en Henri Pletinckx uit 1900 te bewonderen. Het werd ontworpen door Richard Pringiers. Het gelijkvloers werd tot garage verbouwd maar een renovatie herstelde de eerste verdieping en de fresco boven de garage in hun volle glorie. In dezelfde straat, op nummer 101: een prachtig huis in witte baksteen en blauwe hardsteen. Het gaat om een realisatie van architect Paul Vizzavona uit 1906. Op nummer 95 vinden we het Yseuxhuis, ontworpen door Fritz Seeldrayers en in 1901 door de architect gebouwd op vraag van zijn schoonmoeder, mevrouw Yseux.
Op het nummer 12 van de Jef Lambeauxlaan werd in 1898 het huis van de familie Peerebom gebouwd, in opdracht van vader Antoine en in een ontwerp van zoon Georges (die architect was). Wie zin heeft, kan doorlopen om aan het einde van de straat het imposante stadhuis van Sint-Gillis te bewonderen. Het werd tussen 1900 en 1904 in Franse neorenaissance stijl gebouwd volgens het ontwerp van architect Albert Dumont.
We maken rechtsomkeer tot aan nummer 17 op het Antoine Delporteplein en werpen een blik op het witte asymmetrische huis dat Paul Hamesse er in 1907 bouwde. We keren terug naar Vorst langs het nummer 25 in de Henri Wafelaertsstraat. Het Geubelhuis lijkt zo uit een sprookje geplukt! Het is een realisatie Louis Couprié uit 1907. Het somberdere nummer 53 verderop, huisvest de kliniek van dokter Van Neck en is het eerste werk van architect Antoine Pompe uit 1910. Sommige aspecten van het art-nouveaupand doen al denken aan de architectuur uit het Interbellum.
Loop nu naar de Verbindingslaan. Op de nummers 11 en 13 werd een meer eclectisch geheel van twee asymmetrische woningen gebouwd: een ontwerp van Paul Le Clerc uit 1902. In de volgende straat (Félix Delhassestraat) bevindt zich op nummer 24 een imposante woning die in 1905 door Emile Lambot werd ontworpen en waarin we de invloed van Horta duidelijk terugzien.
We maken (nog maar eens!) rechtsomkeer en lopen terug de Verbindingslaan in. Op de hoek begint het Hannonblok met op nummer 1 het verbazingwekkende Hannonhuis: een pareltje van art nouveau dat net werd gerenoveerd en dat op 31 mei 2023 opnieuw de deuren opent voor het publiek. Het tussen 1902 en 1903 gebouwde pand is het enige in art-nouveaustijl van architect Jules Brunfaut (een van de architecten van de Beurs). Daarnaast staat het huis Les Hiboux uit 1899: het geesteskind van Édouard Pelseneer (zijn vader, Henri, was een van de grootste meubelfabrikanten uit de art nouveau in Brussel, die o.a. voor Victor Horta werkte). Goed geraden: het huis dankt zijn naam aan de twee nachtvogels op het dak. Je vindt ze ook terug in de sgraffito van het bovenraam. Na die eerste realisatie in art nouveau deed schilder Fernand Khnopff een beroep op de architect om voor hem een huis en een atelier te ontwerpen.
Vlakbij, op het nummer 53 van de Brugmannlaan, zien we een eclectische gevel met invloeden uit de art nouveau. (Het nummer 51 beschikt dan weer een gevel met invloeden uit de Vlaamse neorenaissance).
Etappe 3
We steken de Brugmannlaan over en lopen naar het nummer 80. Geniet onderweg zeker van de reeks prachtige gevels. Op het nummer 80 ligt het woonhuis met atelier van beeldhouwer Fernand Dubois, ontworpen door Victor Horta (ja, eindelijk is het zijn beurt!). Het tussen 1901 en 1903 opgetrokken pand huisvest vandaag de Cubaanse ambassade in België. We trekken een sprintje naar de huisnummers 120, 122 en 124: een geheel van twee burgerwoningen en een herenhuis in art-nouveaustijl uit 1904, toegeschreven aan het bureau van architect Ernest Blerot. We maken (nog maar eens!) rechtsomkeer en staan stil bij het atelier van beeldhouwster en schilderes Louise de Hem op de huisnummers 15 & 17 in de Darwinstraat. De twee panden omvatten het kunstenaarsatelier uit 1902 en een burgerwoning uit 1905. Ook die realisaties zijn van de hand van architect Ernest Blerot.
In de Hervormingsstraat nummer 4 bevindt zich het woonhuis met atelier van dierenschilder Géo Bernier (in 1902 gebouwd door de Franse architect Alban Chambon). Op nummer 74 ligt de vroegere woning met atelier van schilder George Lemmers, die in 1904 door Charles Gabriel werd gebouwd in een eclectische stijl met art nouveau inslag.
Loop daarna naar het huisnummer 85 in de Washingtonstraat, waar het Vinckhuis staat. Dat is een burgerwoning in art-nouveaustijl met een heel sobere en geometrische gevel. Het werd door Victor Horta ontworpen en in 1906 gebouwd. In 1927 zette Adrien Blomme er een verdieping bovenop. Hij maakte van die gelegenheid gebruik om wijzigingen in de gevel door te voeren. Nog een creatie van Horta: het huis van schrijver en kunstcriticus Sander Pierron (een vriend van de architect), in 1903 gebouwd op het huisnummer 157 in de Waterleidingsstraat. De prachtige geometrische art-nouveauwoning in de Afrikastraat 92 (uit 1905) is het werk van Benjamin De Lestrée de Fabribeckers.
In de Amerikaansestraat bereiken we op huisnummer 24 een van de absolute hoogtepunten van de art nouveau: het Hortahuis. Het werd door de architect ontworpen en tussen 1898 en 1901 gebouwd. Het in tweeën verdeelde pand herbergde enerzijds de gezinswoning en anderzijds het bureau van de architect. Het werd eigendom van de gemeente Sint-Gillis en werd in 1969 als museum ingericht. Ga het zeker eens bezoeken! Dat is meteen een buitenkans om te zien wat er achter de adembenemende gevels schuilgaat. En een herinnering aan het feit dat art nouveau de architectuur oversteeg en zelfs in de kleinste details tot uiting kwam. Zeker een bezoekje waard!
We kijken onze ogen uit en beseffen dat na dit meesterwerk uit de art nouveau sommige gevels er misschien wat flauw of rudimentair uitzien (al zijn er nog pareltjes!) ...
Etappe 4
Op het nummer 71 in de Defacqzstraat bewonderen we de eigen woning van architect Paul Hankar. Het in 1893 opgetrokken pand wordt beschouwd als een uithangbord voor de art nouveau. Het huisnummer 50 (welkom in Elsene!) is het herenhuis van schilder René Janssens, dat in 1898 door diezelfde Hankar werd gebouwd en waarvan de plannen gebaseerd zijn op het Hotel Albert Ciamberlani. Dat andere art-nouveaupareltje op huisnummer 48 werd door Hankar een jaar eerder ontworpen. (De architect tekende trouwens voor heel wat huizen in Sint-Gillis en Vorst). In de Livornostraat nummer 83 kan je de verrassende woning van architect Van Rysselberghe bewonderen: een eclectisch constructie met art-nouveau-invloeden uit 1912. De gevel bevat elementen uit de middeleeuwse traditie, de renaissance en de barok.
Een ander schoolvoorbeeld van Brusselse art nouveau is het Tasselhuis op het huisnummer 6 in de Jansonstraat. Het is een van de eerste constructies van Victor Horta, gebouwd in 1892 en 1893. De burgerwoning ligt aan de basis van de art nouveau in Brussel.
Ben je architectuurliefhebber? Dan kan je je hartje ophalen in het CIVA niet ver daarvandaan aan de Kluisstraat 55. Die vroegere secundaire elektriciteitsfabriek in Elsene werd 1895 in eclectische stijl opgetrokken door architect Emile Devreux. Het is tegelijk een museum, een archiefcentrum, een bibliotheek, een ontmoetingsplaats en een gespreksruimte voor al wie houdt van architectuur, landschappen, het stedelijk ecosysteem en de geschiedenis van Brussel.
Op het huisnummer 224 in de Louizalaan staat het ongeëvenaarde Solvayhuis te pronken. De bouw van het adembenemend art-nouveaupand werd eveneens aan Horta toevertrouwd. Voor de realisatie kreeg hij carte blanche. De ruwbouw was klaar in 1898 maar de binnenafwerking sleepte tot in 1903 aan. Volgende halte: het (niet zo in het oog springende) de Brouckèrehuis, van de hand van de architecten Octave Van Rysselberghe en Henry van de Velde (uit 1898), op de hoek van de Crayerstraat en de Jordaensstraat. In de Belle-Vuestraat herbergen de huisnummers 30 en 32 & 42, 44 en 46 een reeks burgerwoningen uit de art nouveau, ontworpen door Ernest Blerot.
Een ander pareltje uit de art nouveau van Victor Horta: het herenhuis van advocaat en politicus Max Hallet op het huisnummer 346 in de Louizalaan. De bouw werd in 1904 voltooid en het resultaat was doordachter dan vorige realisaties. Bezoeken zijn mogelijk, al moeten we er op wijzen dat het oorspronkelijke meubilair helaas niet bewaard bleef. We lopen nu in de richting van de vijvers van Elsene en ontdekken in de Meerstraat het atelier van meester-glasblazer Sterner. Het atelier, in 1902 door architect Ernest Delune ontworpen, kreeg uiteraard schitterende glasramen van Sterner. Verderop, op de huisnummers 38 en 39 in de Generaal de Gaullelaan, dateren de twee art-nouveauburgerwoningen aan de rand van de vijvers uit 1904: een ontwerp van architect Ernest Blerot.
Etappe 5
Afspraak op het Flageyplein, een van de trekpleisters in Elsene. We kunnen niet voorbij aan het 'zwevende' Flageygebouw. Het vroegere gebouw van het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR) dompelt ons in een andere sfeer onder. De typische (modernistische) pakketbootstijl met invloeden uit de art deco werd tussen 1935 en 1938 door Joseph Diongre gehanteerd tijdens de bouw ervan. Tegenwoordig vinden er in Flagey allerlei concerten, muziekfestivals, films, tentoonstelling e.a. plaats. Het is een heus kunstencentrum dat het plein tot leven brengt, al wordt het ritme door de omliggende vijvers verzacht. Wie dat wil, kan aan de rand van het water even gaan zitten of iets drinken in het populaire café Belga of in een van de andere zaken langs het plein. Daarna gaan we weer op stap om nog een aantal art-decogebouwen te ontdekken.
Tijdens deze art-decowandeling komen we ook langs de vroegere kraamkliniek in het ziekenhuis van Elsene op de huisnummers 20, 22 en 26 in de Leon Cuissezstraat. Die werd door architect Jean-Baptiste Dewin ontworpen en rond 1930-1935 gebouwd. Het door de art nouveau beïnvloede eclecticisme zien we ook terug in de burgerwoning op het huisnummer 36 van de Generaal Jacqueslaan. Dat zogenaamde 'Groene Huis' wordt toegeschreven aan architect Henri Van Dievoet. Op het nummer 20 staat de Résidence de la Cambre: een groot en stijlvol flatgebouw van Marcel Peeters, die zich in 1937 liet inspireren door de art deco uit New York.
Een steenworp verderop, aan het Sterreplein, staat een ander complex uit de art deco: het Lied van Sotternieënpaleis (we konden het zelf zo gek niet bedenken!). Dat werd tussen 1928 en 1931 gebouwd door een leerling van Horta: Antoine Courtens. Hij maakte handig gebruik van de hoek van de straat om het gebouw in de hoogte in een halve cirkelvorm uit te werken. Uiteraard valt ook het stervormige gedeelte op typisch voor de stijl van Courtens. Nog steeds op de rotonde, op het huisnummer 2-4 in de Kongolaan, bevindt zich het Congopaleis: een art-decoflatgebouw uit 1930 waarvoor Jean-Florian Collin de plannen tekende. Vlakbij, op de volgende hoek, staat de modernistische Residentie Ernestine, die in 1936 werd geopend en eveneens het werk is van Jean-Florian Collin. Een ander monumentaal art-decogebouw is het Palais de la Cambre (niet te verwarren met de residentie), aan de Emile Duraylaan (huisnummers 62 tot 68). Het complex bestaat uit 5 stijlvolle flatgebouwen, ontworpen door architect Camille Damman en gebouwd tussen 1925 en 1930.
Tot slot (ja, onze laatste halte, maar niet de minste!): Villa Empain. Het is inderdaad even lopen, maar dit pareltje uit de art deco - dat de Zwitserse architect Michel Polack bouwde op vraag van de toen 21-jarige baron Louis Empain - is zeker een ommetje waard. De tussen 1931 en 1934 gebouwde Villa Empain is momenteel de thuisbasis van de Boghossianstichting: een centrum voor kunst en dialoog tussen oosterse en westerse culturen. Een locatie om zeker te ontdekken. Alvast een fijn bezoek gewent!
De tuinwijken die eind 19de eeuw in Engeland verschenen, hielden het midden tussen stedenbouw en architectuur. In België doken ze vanaf het begin van de 20ste eeuw op. Na de Eerste Wereldoorlog kenden ze een echte bloeiperiode. Brussel telt er meer dan dertig.