30 juli 2026
Hou je van oude stenen en geschiedenis? Volg dan zeker deze wandeling door het centrum van Brussel. Ze begint bij de eerste stadsomwalling, gaat over de lanen die aan het eind van de 19de eeuw naar Parijs voorbeeld (Haussman) werden aangelegd tot de koninklijke wijk.
Klaar voor een boeiende reis door de tijd? We deelden deze route in etappes in. Wandelaars kunnpen ze op hun eigen ritme en volgens hun eigen voorkeuren afwerken. Alvast enkele tips voor onderweg!
Etappe 1
We beginnen aan de Anneessenstoren, tussen de nummers 34 en 36 op de Keizerslaan. Een van de onvoorstelbaar goed bewaard gebleven overblijfselen van de eerste stadsomwalling van Brussel. Die werd aan het begin van de 13de eeuw opgetrokken en strekte zich uit over 4 km. Er waren 7 stadspoorten en 50 (!) torens. Een ander restant van de originele omwalling die Brussel moest beschermen, zien we als we richting de Villersstraat lopen. Daar vind je een verbindingswal en een andere toren in zandsteen (de Villerstoren).
In de buurt van de Beurs tref je een archeologische site aan, 1238. Je ziet er de ruïnes van een Franciscanerklooster dat in 1238 in Brussel werd gebouwd. Op de locatie ligt de graftombe van hertog Jan I van Brabant, die in 1294 stierf.
(Even een sprong in de tijd. Vergaap je gerust aan de schitterende Beurs. Dat is een eclectisch gebouw met neorennaissance-invloeden uit 1873, ontworpen door de architecten Léon-Pierre Suys en Jules Brunfaut en intussen de thuisbasis van het biermuseum Belgian Beer World.)
Achter de Beurs staat de Sint-Niklaaskerk, een van de eerste vier kerken in de stad. De originele constructie in romaanse stijl uit de 12de eeuw is weliswaar verdwenen, maar het koor uit 1381 staat er nog. Nadat de gevel aanzienlijk beschadigd raakte, werd die in 1956 heropgebouwd.
Andere mogelijk interessante locaties: De Zwarte Toren, die zich achter de Sint-Katelijnekerk bevindt en deel uitmaakte van de eerste stadsomwalling van Brussel. Aan het Paleizenplein liggen nog de ruïnes van het Coudenbergpaleis (het plein zelf, komen we later op deze route nog tegen). Het paleis kende zijn oorsprong in de 11de eeuw, maar werd in 1731 door een brand verwoest. Nog te zien: resten van de keukens, de kelders van het hoofdgebouw en de fundamenten van de beroemde ceremoniezaal Aula Magna, waar Karel V (1500-1558) in 1555 troonsafstand deed.
Etappe 2
We zijn klaar om onze ogen de kost te geven en lopen richting Grote Markt. Victor Hugo, die er verbleef, noemde dit het mooiste marktplein ter wereld. Sinds 1998 staat het trouwens op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Haar huidige allure dankt de Grote Markt aan het bombardement uit 1695, toen het plein volledig werd vernietigd. Enkel het stadhuis bleef gespaard, omdat de toren (die van ver te zien was) een richtpunt was voor de artilleristen. Het eerste deel van het gebouw werd in de eerste helft van de 15de eeuw in gotische stijl opgetrokken. Het plein werd enkele jaren na de vernietiging heraangelegd met invloeden uit de in de 17de eeuw populaire barok en het gevoel van eenheid dat daaruit voortvloeit. Maar in de loop der jaren en na tal van restauraties ging het plein er nog anders uitzien. Het Broodhuis tegenover het stadhuis, bijvoorbeeld, werd in 1873 in neogotische stijl heropgebouwd om te herinneren aan de laatgotische stijl na de wederopbouw onder Karel V. In dat gebouw huist vandaag het Museum van de Stad Brussel.
Ga gerust iets drinken in een van de horecazaken op de markt die, met vallen en opstaan, proberen de sfeer van 'toen' te bewaren. Tijdens rondleidingen kunnen geïnteresseerden het weelderige interieur van het stadhuis ontdekken.
Rond de Grote Markt staan twee kerken symbool voor de Brusselse barok. De Onze-Lieve-Vrouw van Goede Bijstandkerk aan de Kolenmarkt werd tussen 1664 en 1694 gebouwd en daarna gerestaureerd, na een bombardement op de stad in 1695. Niet ver daar vandaan ligt de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Rijke-Klarenkerk, gebouwd tussen 1665 en 1680. Aangezien die te klein werd, werden er twee zijbeuken bijgebouwd, één aan de linkerkant in 1824 en één aan de rechterkant in 1833.
Vóór we de bovenstad gaan verkennen, maken we een ommetje langs het neoclassicisme van het Martelarenplein. Het was stedenbouwkundig en architecturaal het eerste grootschalige project in Brussel met een aantal burgerwoningen en herenhuizen. Het plein straalt een homogeniteit uit die in de periode van aanleg (1774-1776) nieuw was. Op die manier vond het aansluiting bij het neoclassisime van de grootschalige Franse projecten in de 18de eeuw.
Op weg naar de koninklijke wijk kruisen we de St-Michiel- en St-Goedelekathedraal: een stukje gotisch erfgoed dat tussen de 13de en de 15de eeuw werd gebouwd. Specialisten zien daarin een perfecte illustratie van de overgang van vroeg- naar laatgotiek.
Etappe 3
Afspraak op het Koningsplein.
Onderweg, in de Ravensteinstraat nummer 31, pikken we enkele anachronismen mee. De resoluut moderne hoofdzetel van BNP Paribas Fortis - met zuilen in wit beton rondom het gebouw - werd in 2021 afgewerkt. Daarnaast zien we Bozar (het Paleis voor Schone Kunsten): een constructie in art deco van Victor Horta, die in 1929 de deuren opende.
En zo keren we terug naar vroegere tijden: naast Bozar - Ravensteinstraat nummer 3 - hoort het vroegere Hotel van Cleve-Ravenstein in de laatgotiek thuis, aangezien het op het keerpunt tussen de 15de en 16de eeuw werd gebouwd. De weg richting Koningsplein loopt omhoog, en zo komen we terecht in de Coudenbergstraat.
Nog een aantal opvallende buitenbeentjes. Op het huisnummer 68 kan je de vroegere Engelse apotheek van Charles Delacre (ja, ja, dezelfde als die van de koekjes!) bewonderen. Die ziet er misschien oud uit maar de winkel werd in 1898 door architect Paul Saintenoy in neogotische stijl gebouwd. Datzelfde jaar begonnen ook de werken (die twee jaar zouden duren) aan een toonbeeld van Brusselse art nouveau: de winkel Old England, ontworpen door diezelfde Paul Saintenoy. Die biedt vandaag onderdak aan het Muziekinstrumentenmuseum (geen paniek: op dag 2 zoomen we in op art nouveau). We nemen ook de tijd om te genieten van het uitzicht op de benedenstad vanop de Kunstberg.
Terug naar de 18de eeuw nu! Aan het einde van de Coudenbergstraat bereiken we het Koningsplein (daaronder liggen de ruïnes van het Coudenbergpaleis, die je ook kan bezoeken). Het neoklassieke, rechthoekige en symmetrische plein herbergt pareltjes als de Sint-Jacob-op-de-Koudenbergkerk en het standbeeld van Godfried van Bouillon, BIP én aan de andere kant het Margrittemuseum, dat in verbinding staat met de andere Konklijke Musea voor Schone Kunsten.
We lopen richting het Paleizenplein om het majestueuze Koninklijk Paleis te bekijken. Het neoklassieke monument, een combinatie van verschillende structuren, is eigendom van de Belgische staat, die het aan de koning ter beschikking stelt als werkruimte. Tegenover het paleis ligt het Warandepark (het voormalige koninklijke park), een 'Franse' tuin met neoklassieke invloeden: een bos en geometrisch geheel uit de 18de eeuw, bezaaid met standbeelden uit het begin van de 19de eeuw. Aan de andere kant van het park ligt het Paleis der Natie - het Belgisch parlement - dat net als de gebouwen rond het park in neoklassieke stijl werd opgetrokken.
Na de wandeling in het park keren we terug naar het Koningsplein en lopen we richting het Museumplein om daar het Paleis van Karel van Lotharingen, de Koninklijke Protestantse Kapel en het Paleis voor de Nationale Nijverheid te ontdekken. Het gaat om een indrukwekkend neoklassiek geheel uit de tweede helft van de 18de eeuw (met verbouwingen in de loop van de 19de eeuw).
Etappe 4
We lopen de Regentschapsstraat in, richting Justitiepaleis, en ontdekken in de hele straat een mix van eclectische architectuur, neobarok en neoclassicisme. Net buiten het plein kan je aan de linkerkant het voormalige Paleis van de Graven van Vlaanderen bewonderen. Vandaag huist er het Rekenhof: een prachtig eclectisch gebouw met neobarokke invloeden. Op een steenworp daarvandaan, aan de andere kant van de straat, ligt de machtige ingang van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Dat is een gebouw in eclectische stijl, met een voorkeur voor de klassieke esthetiek.
Net vóór we de Zavel bereiken, pikken we nog een beetje brutalisme mee te midden van al die neoklassieke gebouwen. Sta even stil bij de vroegere uitbouw van het Rekenhof, nu een Koreaans Cultureel Centrum.
Even verderop kunnen we niet voorbij aan de indrukwekkende Onze-Lieve-Vrouw-ter-Zavelkerk, die de Grote Zavel (rechts, achter de kerk) scheidt van de Kleine Zavel aan de linkerkant. De gotische constructie die tussen de 15de en de 16de eeuw werd gebouwd, werd op het einde van de 19de eeuw gerestaureerd en verbouwd in neogotische stijl.
Heb je behoefte aan een korte pauze? Kom dan tot rust op de Kleine Zavel tussen het groen of in een van de cafés of bars op de Grote Zavel.
We keren terug naar de Regentschapsstraat, in de richting van het Justitiepaleis. Vanaf de hoek, op huisnummer 9, kan je een oud herenhuis in eclectische stijl (neo-Lodewijk XVI) bewonderen. Het werd eind 1980 in een postmodernistische stijl verbouwd (nog een anachronisme!). De eclectische en neoklassieke stijl zien we ook terug op de huisnummers 11, 13 en 15, 21, 23-25, 26, 27 (met een vleugje neorenaissance), 29 (het Franstalig Instituut van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw met neobarokke toetsen), en 33, 34 tot 48 en 67.
Mis zeker niet het Koninklijk Conservatorium in Franse neorenaissance én de verderop gelegen (huisnummer 32) synagoge van Brussel aan de andere kant van de straat. Die laatste werd tussen 1875 en 1878 in romaans-byzantijnse stijl opgetrokken.
Uiteindelijk komen we oog in oog te staan met het imposante Brusselse Justitiepaleis op het Poelaertplein (vernoemd naar de architect die de plannen voor het gebouw tekende in 1862). De bouwwerken tussen 1866 en 1883 leverden een constructie op in een eclectische stijl met Grieks-Romeinse invloeden. Het Justitiepaleis blijft voor altijd een van de opmerkelijkste monumenten in het Europa van de 19de eeuw.
Daarna zetten we koers naar de Marollenwijk. Met de lift aan de rechterkant van het Justitiepaleis gaan we naar de benedenstad. We verlaten het plein en lopen de Hoogstraat in: een architecturale mix uit de 16de tot 19de eeuw. Sta even stil bij het Bruegelhuis op het huisnummer 132, in de 16de eeuw gebouwd in Vlaamse renaissancestijl en toen eigendom van de familie van beroemde schilder Pieter Bruegel de Oude.
Etappe 5
Wie nog de moed heeft, loopt verder naar beneden richting centrum tot op de tussen 1867 en 1871 aangelegde Adolphe Maxlaan naar haussmaniaans model. Ook daar zijn heel wat eclectische en neoklassieke constructies te vinden. We beginnen op het einde van de straat bij huisnummer 164 met het Cécile Hôtel / Le Dôme. Het gebouw werd in 1906 door Alban Chambon ontworpen. De stijl is eclectisch, met invloeden uit de art nouveau. Loop de straat verder in en bewonder zeker de verschillende gebouwen. Zo bereik je de Noorddoorgang: een overdekte gaanderij in eclectische stijl, ontworpen door Henri Rieck en gebouwd tussen 1881 en 1882.
Op het einde van de laan ligt het De Brouckèreplein, met op huisnummer 41 het Hotel Continental (met een verlicht uithangbord op het dak). Het dateert uit 1874 en werd in eclectische stijl ontworpen door Eugène Carpentier. Het schitterende Hotel Metropole dateert dan weer uit 1895 en werd door Antoine Trappeniers ontworpen. Het hotel sloot helaas de deuren in 2020. Het gebouw combineert een eclectische stijl met neorenaissance en neorococo (neo-Lodewijk XV).
Wie zin heeft kan doorlopen tot op het Begijnhofplein: een neoklassiek architecturaal geheel rondom de barokke Sint-Jan-de-Doperkerk in het Begijnhof. Om even op adem te komen, steken we de Fermerijstraat over in de richting van het Groot Godshuis (Grand Hospice) waar nu tijdelijk het verzorgingstehuis Pacheco werd ondergebracht. Daar kunnen we iets drinken en een hapje eten. Het neoklassieke gebouw werd tussen 1824 en 1827 opgetrokken op basis van de plannen van architect Henri Partoes.
Gezondheid! We hebben met volle teugen genoten van deze wandeling doorheen een stukje Brusselse geschiedenis.