Architectuur van de kanaalwijk

De Kanaalwijk, tussen industrie en handel

Elke stad heeft zijn industriële wijk, de wijk waarin in de 19e eeuw werd geïnvesteerd omdat ze het best kon voldoen aan de benodigde ruimte en communicatiemiddelen om de nieuwe industrieën te laten bloeien. Die activiteit heeft soms een mooie architecturale erfenis achtergelaten, die in sommige gevallen een nieuwe bestemming heeft gekregen met behoud van de gebouwen. En dan ontdek je hier en daar ook nog weleens een gebouw uit het burgerlijke of religieuze erfgoed. Maar een korte wandeling zegt meer dan een lang discours... daar gaan we!

Tour & Taxis - Gare Maritime
© visit.brussels - Jean-Paul Remy - 2023

Een bezoek aan de Slachthuizen van Anderlecht is een echte belevenis... tenzij je vegetariër bent! Het industriële complex, gebouwd in Vlaamse neorenaissancestijl, werd in 1890 ingehuldigd. Naast het portaal en de twee wachthuisjes aan de ingang omvat de site de zeer grote overdekte markt van 10.000 m², verschillende stallen of restanten van stallen en de administratiekantoren. (Ropsy Chaudronstraat 24)

Ga in noordoostelijke richting tot aan de site van de Hageltoren, die sinds 1832 een belangrijke productieplaats voor lood was. De beroemde toren werd gebouwd in 1898. Hij is de laatste van zijn soort in België en een van de laatste in West-Europa. Het was in deze toren dat, volgens een beproefd proces, lood voor jachtgeweren werd gemaakt. Op het terrein bevindt zich vandaag een cultuur- en sportcentrum. (Slachthuisstraat 24)

Hoog tijd voor... een biertje! De gebouwen van de voormalige brouwerij Belle Vue werden in 1916 gebouwd en liggen langs het kanaal. Deze gigantische blok van bakstenen typeert het industriële erfgoed van Brussel. Vandaag kun je nog restanten van zijn geschiedenis op de gevel zien, met bijvoorbeeld het woord ‘malterie’ (mouterij). De gebouwen hebben in de loop der tijd een nieuwe bestemming gekregen en herbergen nu twee hotels (waaronder het eerste passiefhotel in Brussel). (Henegouwenkaai 33)

Terug naar de metaalindustrie met deze plek die bekendstaat als La Fonderie (De Gieterij). De gebouwen op de site werden opgetrokken in de 19e eeuw, en dat in twee verschillende fasen. Er stonden twee verschillende fabrieken, waarvan de ene onder andere spoorwegmaterieel produceerde en de andere, de Compagnie des Bronzes, de enige in Brussel was die artistieke stukken maakte. Overal vind je herinneringen aan het industriële tijdperk, zowel in het park als in de gebouwen waar nu het Brussels Museum voor Arbeid en Industrie is gevestigd. (Ransfortstraat 27)

Laat nu de economische wereld even achter je en trek naar het Gemeenteplein in Sint-Jans-Molenbeek, voor het Gemeentehuis. Dat werd in 1886-1887 opgetrokken in een eclectische stijl en domineert het plein met zijn opvallende koepel en hoekige gevel. (Gemeenteplein 15a)

Op een steenworp afstand staat sinds de jaren 1930 de Sint-Jan-de-Doperkerk. De architect is Joseph Diongre, die ook het voormalige Nationaal Instituut voor Radio-Omroep (NIR) op het Eugène Flageyplein en het gemeentehuis in Sint-Lambrechts-Woluwe ontwierp. Hij koos voor art deco, een stijl die toen erg in trek was. De sobere en elegante constructie werd daarbij voorzien van duidelijke, geometrische lijnen. Het interieur straalt een onvermoede elegantie uit, met een zichtbare dragende structuur in de vorm van gigantische parabolische bogen van gewapend beton, gladde betonnen muren en prachtige glas-in-loodramen. De structuur van gewapend beton van dit gebedshuis sluit nauw aan bij die van de Sint-Suzannakerk in Schaarbeek of de Sint-Augustinuskerk in Vorst. (Sint-Jan-Baptistvoorplein)

We gaan nu terug richting het kanaal, steken het over en stoppen even voor de kazerne van het Klein Kasteeltje: welkom in de Britse middeleeuwen! Deze voormalige infanteriekazerne werd tussen 1848 en 1852 gebouwd in de neotudorstijl. Het strenge en imposante gebouw is sinds 1986 de thuisbasis van het opvangcentrum voor politieke vluchtelingen. (Negende Linielaan 27)

Wandel verder langs het kanaal en stap deze keer in de richting van het noorden. Je komt al snel aan op het Sainctelettesquare, waar je oog meteen zal vallen op een gebouw met een ronde gevel: de voormalige Société Belge des Automobiles Citroën, beter bekend als de ‘Citroën-garage’. Dit complex van 16.500 m² werd in 1933-1934 gebouwd in modernistische stijl en was jarenlang de grootste autogarage van Europa. Het is opgetrokken uit een combinatie van metaal, glas en beton. Vandaag bevindt zich hier het Kanal-Centre Pompidou, een centrum gewijd aan moderne en hedendaagse kunst. (Sainctelettesquare 21 - Ijzerplein 7)

Steek vervolgens nogmaals het kanaal over om bij de site van Tour & Taxis uit te komen. Dit enorme industriële complex werd gebouwd tussen 1900 en 1907. Bijna een eeuw lang deed het dienst als het centrale doorvoerpunt voor goederen aan de rand van de hoofdstad. Alle gebouwen, waaronder de ‘Gare Maritime’ en het ‘Koninklijk Pakhuis’ zijn geïnspireerd op de art-nouveaustijl. De gerestaureerde infrastructuur wordt nu gebruikt voor woningen, winkels, werkruimtes en grote evenementen. (Havenlaan 86c)

Als afsluiter maak je nog een klein ommetje door de Noordwijk. De wijk werd beroemd door Paul Vanden Boeynants, de voortrekker van het befaamde Manhattanplan uit de jaren 60. Wat hield dat plan precies in? Vanden Boeynants had het plan om 53 hectare stedelijk weefsel in Brussel met de grond gelijk te maken om een zakenwijk te bouwen naar het voorbeeld van New York, met stedelijke snelwegen en een helihaven. Dat noemen we hier ‘verbrusseling’. Uiteindelijk worden er drie glazen torens gebouwd, terwijl er 54 op de planning stonden! Vandaag de dag is er nog maar één over, het World Trade Center III, langs de Simon Bolivarlaan. Het modernistische Noordstation, gebouwd in 1938 en 1956, is het andere overblijfsel van dit project. (Simon Bolivarlaan 30 en Vooruitgangsstraat 80)

Even tussendoor: een beetje van je route af bevindt zich het winkelcentrum Docks Bruxsel, dat in 2016 zijn deuren opende.  Weet je dat dit winkelparadijs gedeeltelijk is gevestigd in industriële gebouwen uit het einde van de 19e eeuw? Het initiatief was het geesteskind van Godin, de ondernemer die het fornuis uitvond dat vandaag nog steeds zijn naam draagt. Op het terrein zie je een bakstenen gebouw dat vroeger een pakhuis was, met op de derde verdieping het Godin-museum. Vlak naast het industrieterrein zelf staat de ‘familistère’ die Godin heeft ontwikkeld. (Lambermontlaan 1 of Werkhuizenkaai 163)