Na WO I blijft de wereld verweesd achter. Iedereen snakt naar vernieuwing, maar er is geen geld. Besparen dan maar. Exit de organische motieven en rondingen van de art nouveau: de lijnen worden strakker, de vormen geometrisch. Het is Victor Horta himself die in 1919 de lijnen uitstippelt van de art deco in Brussel, met zijn plannen voor het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar). Die vormen het startschot voor een radicaal moderne kijk op architectuur en op de kunsten. Tijd voor een overzicht van enkele in het oog springende meesterwerken in de hoofdstad. En mooi meegenomen: alle gebouwen uit onze selectie zijn toegankelijk voor het publiek.
Wist je dat?
De kunststroming ontleende haar naam aan een expo die in 1925 in Parijs plaatsvond: The International Exhibition of Modern Decorative and Industrial Arts. Bedoeling was de nieuwe stijl in architectuur, interieurdecoratie, meubels, glas, juwelen en andere decoratieve kunsten te tonen aan Europa en de rest van de wereld. Voor heel wat ideeën was het pas de eerste keer dat ze aan het publiek werden getoond.
Villa Empain: The Great Gatsby binnen handbereik
Architect: Michel POLAK, 1930
Als je de opmerkelijke villa van ver ziet schitteren kan je moeilijk geloven dat deze architectuurparel jarenlang stond te verwaarlozen. De woning werd meerdere malen gekocht en verkocht tot ze werd verworven door de Boghossianstichting die er een centrum voor kunst en dialoog tussen oosterse en westerse culturen in vestigde. Na een diepgaande (bekroonde) totaalrenovatie kon de instelling in 2010 haar deuren openen voor het publiek. Dit gebouw ademt de idealen van de art deco: symmetrie, sobere en strenge lijnen, gekoppeld aan rijke materialen. Je gaat er natuurlijk voor de topexpo’s, maar je kan er ook gewoon even het luxueuze interieur opsnuiven. Breng zeker een bezoekje aan de shop met een knappe selectie artikelen. En vergeet niet binnen te springen in het café met Amerikaanse bar (dat binnenkort weer zijn deuren opent!). Bij mooi weer is het genieten in de beeldentuin. Of ga ‘s avonds naar de gelegenheidsperformances en -feestjes aan het (very Great Gatsby) pronkzwembad met zijn unieke, ovale pergola!
Let op... het met bladgoud verguld hoekbeslag op de hoeken en omlijstingen van de muuropeningen, de oorspronkelijke dunne metalen (messing) raamprofielen, het koperen dak, het gebruik van luxueuze materialen als marmer, onyx, palissander, wortel- en gepolijst aderhout...
Wist je dat...
Polak had al heel wat art-decoparels op zijn palmares staan voor de piepjonge baron Empain hem benaderde. In de jaren 1920 ontwierp hij het allereerste luxe appartementsgebouw in Brussel: de Residence Palace aan de Wetstraat. Dat werd meteen het grootste appartementencomplex in Europa! De verschillende gebouwen werden deels gerestaureerd, gerenoveerd en uitgebreid met het schitterende gebouw van de Europese Raad. In het achterliggende gebouw is het Internationaal Perscentrum gehuisvest. Tijdens de week kan je er ook eten in het restaurant. In het kader van het Belgische voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie in 2024 werd een deel van de benedenverdieping van dit blok onder handen genomen. Let op de imposante trap naar het theater in rood marmer (!), de patio met vloer en fontein in mozaïek en de glas-in-loodramen. In de jaren 1930 bouwde hij onder meer het tandheelkundig Instituut Eastman, het huidige Huis van de Europese Geschiedenis.
Museum en Tuinen van Buuren: alsof de tijd heeft stilgestaan
Architecten: Léon Govaerts en Alexis Van Vaerenbergh, 1924 – 1928.
De architecten die voor de art-decostijl kozen, hadden meestal een internationale culturele achtergrond en stonden in nauw contact met de zakenwereld. De woning van de Brusselse mecenassen David en Alice van Buuren is een schoolvoorbeeld van de Amsterdamse school. Asymmetrische gevels, siermetselwerk met handgemaakte rode bakstenen, glas-in-loodramen en laddervensters, steile daken,... De bankier, zelf van Nederlandse afkomst, voelde zich bijzonder aangetrokken tot deze Nederlandse versie van de art deco. Handwerk staat op de voorgrond, net als het gebruik van ‘eerlijke’ materialen als baksteen en hout. Ook de tuinen, een sterk staaltje landschapskunst, zijn een bezoek meer dan waard. Ze werden eind jaren twintig door Jules Buyssens in art-decostijl ontworpen.
Voor de meesterlijke inrichting van het huis werkten befaamde Belgische, Franse en Nederlandse ontwerpers samen. Het is dan ook fantastisch dat het interieur al die tijd in zijn oorspronkelijke staat bewaard bleef! Hier snuif je de intieme sfeer op van een privéwoning. Zeldzame meubelen, gesigneerde tapijten, glasramen, beeldhouwwerken en schilderijen van Belgische en internationale meesters maken er een uniek totaalkunstwerk van. Honderd jaar geleden waren kunstenaars, schrijvers en musici hier kind aan huis. De Stichting Museum en Tuinen Van Buuren zet de gastvrije geest van de bezielers van dit cultureel salon voort en zet de deuren open voor het publiek en allerlei culturele activiteiten.
Wist je dat...
...David van Buuren zelf de plannen tekende? Het Brussels duo architecten Léon Govaerts en Alexis Van Vaerenbergh voerden ze uit. Toen hij een spectaculaire kroonluchter op de kop tikte liet hij de hal vergroten om die beter tot zijn recht te laten komen. Hij ging zelfs zover om hiervoor de gastenkamer te schrappen die voorzien was op de bovenverdieping!
Nationale Basiliek van het Heilig Hart: waar spiritualiteit en cultuur een hoge vlucht nemen
Architecten: Albert VAN HUFFEL, 1921-1935 en Paul ROME, 1921-1970.
De koperkleurige koepel van de Basiliek van Koekelberg is een baken in het Brusselse landschap. Maar wist je dat dit monumentale bouwwerk ook het grootste art-decogebouw ter wereld is? Hier is het niet alleen je spiritualiteit die ongekende hoogtes haalt. Ook je gevoel voor schoonheid en vakmanschap krijgen een geweldige boost. Met ruimte voor 1500 tot 2000 zitplaatsen vinden er geregeld expo’s en concerten plaats. Daarnaast herbergt deze tempel maar liefst twee musea. In het Museum Zwartzusters Brussel vind je de rijke kunstverzameling van het Zwartzusterklooster met zowel religieuze als burgerlijke kunst die meerdere eeuwen overspant. Het Museum Moderne Religieuze Kunst spitst zich toe op de hedendaagse varianten.
De bouw en afwerking nam een halve eeuw in beslag en doorworstelde de twee wereldoorlogen. Maar de plannen onder impuls van de toenmalige vorst Leopold II stonden al veertig jaar eerder in de steigers. Gefascineerd door Parijs droomde hij van een Brusselse Basilique du Sacré Cœur en een eigen Champs-Elysées in de hoofdstad. Maar WOI liet een povere schatkist achter. Er moest een nieuw, ‘afgeroomd’ project komen, waar Van Huffel voor werd aangeschreven. Die ging in de jaren 1920 steeds meer voor eenvoud en geometrie in zijn werk. Volledig in de geest van de art deco ging hij op zoek naar een samenhangend functioneel en esthetisch geheel. Met de maquette van zijn eerste ontwerp voor de basiliek kaapte hij trouwens een belangrijke prijs weg op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in Parijs, de expo waaraan de beweging zijn naam zou ontlenen. Die maquette staat nog altijd te pronken in de basiliek!
Wist je dat...
...het zicht vanaf de buitengalerij aan de basis van de koepel (zo’n 53 meter hoog!) bij helder weer tot aan de kathedraaltoren in Mechelen reikt en zelfs tot aan het hellend vlak van Ronquières?
Wil je meer weten? De eerste vorsten van België droomden altijd al van een ‘koninklijke wijk’ op het hoogste punt van Brussel. Wil je meer weten over de plannen voor de ontwikkeling van de ‘hoogvlakte van Koekelberg’? Teken dan zeker in op een van de vele professionele rondleidingen!
Gemeentehuis Vorst: een vlaggenschip in zijn oude glorie hersteld
Architect: Jean-Baptiste Dewin, 1935-1939
De inwoners van Vorst werden aangenaam verrast in de zomer van 2024. Na jarenlange restauratiewerkzaamheden mag het iconische gemeentehuis weer gezien worden. Eerst werden de buitengevels aangepakt, met het steen- en imitatiesteenwerk, het metaalwerk en de glas-in-loodramen in de erezaal. De tweede fase richtte zich op het interieur en duurde zeven jaar (2017-2024). In die periode werden de kelders gerestaureerd, het gelijkvloers en de eerste verdieping. De oorspronkelijke polychromie, het houten schrijnwerk, de marmeren bekleding en het ijzerwerk werden vakkundig onder handen genomen.
Honderd jaar geleden al kreeg architect Jean-Baptiste Dewin de opdracht om het gemeentehuis uit te breiden. Door financiële moeilijkheden zou het project nog een tiental jaar kunnen rijpen. Dankzij de nauwe samenwerking tussen Dewin en de gemeente groeide het uit tot een symbool van de industriële bloei na WOI. De art-decostijl, de centrale ligging in de gemeente, het intelligente grondplan, het gebruik van lokale materialen (de kleur van de bakstenen!), de vorm van de toren en de vernieuwende beeldtaal van de beeldhouwwerken en glas-in-loodramen maken er een uniek monument van.
Wist je dat?
Voor Dewin, zelf uit Vorst, was dit een prestigeproject. Hij liet zich duidelijk inspireren door het Stocletpaleis: let op de uit de as geplaatste toren met zijn lange verticale muuropeningen en de beeldhouwwerken. Samen met de glas-in-loodramen stellen die de geschiedenis van Vorst voor, de meest uitgeoefende beroepen en de biodiversiteit. Maar liefst elf beeldhouwers werkten eraan mee!
Flagey, het vroegere Nationaal Instituut voor Radio-omroep (NIR): een ‘mooie geluidsfabriek’
Architect: Joseph DIONGRE, 1935-1938
De bouw van het broodnodige nieuwe radio-omroepgebouw aan het Flageyplein in Elsene verliep niet van een leien dakje. Er waren twee wedstrijden voor nodig, meer dan vijftig deelnemende architecten en zelfs twee BBC-ingenieurs. Eerlijk is eerlijk: in die tijd bestonden er nog niet veel radiospecifieke gebouwen. Het ontwerp van winnaar Joseph DIONGRE hield rekening met alle akoestische eisen maar ook met de drassige ondergrond van het terrein door de naburige vijvers. Technisch vernuft en een doorgedreven esthetiek: de leden van de jury waren unaniem en vonden het ‘een mooie geluidsfabriek’. De pakketboot genoot meteen wereldfaam.
Vijfendertig jaar lang vonden hier alle radio-uitzendingen en -opnamen plaats. Daar waren ook heel wat uitzendingen van concerten klassieke muziek, jazz en nieuwe muziek bij en later ook de televisie-uitzendingen. Toen televisie steeds belangrijker werd, trokken de Nederlands- en Franstalige omroepen in 1960 naar een nog groter gebouw aan de Reyerslaan. Na de renovatie en uitbreiding van het complex bleef het een unieke locatie voor concerten en muziekopnamen. De uitzonderlijke akoestische kwaliteiten van de zalen legde de basis voor één van de belangrijkste Brusselse cultuurhuizen: Flagey. Het is een magneet voor de meest prestigieuze muzikanten. Je kan er terecht voor jazz en wereldmuziek, maar ook voor klassieke en hedendaagse muziek. Studio 5 werd ingericht als filmzaal en programmeert dagelijks films en videoprojecten. Studio 6 is tegenwoordig de televisiestudio voor BRUZZ.
Wist je dat...
...de toren, typisch voor de populaire ‘pakketbootstijl’, hier werd toegevoegd om de zendantenne voor televisie in te pakken? Dit nieuwe medium stond nog in zijn kinderschoenen maar het NIR zou instaan voor de eerste experimentele uitzendingen.
Bozar- Paleis voor Schone Kunsten: jongleren met de knelpunten
Architect: Victor HORTA, 1922-1929
In 1919 legde Victor Horta de ‘eerste steen’ van de art deco in Brussel. Eerder stond hij ook al aan de wieg van de art nouveau. Met zijn plannen voor de bouw van het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar) ging hij resoluut voor artistieke vernieuwing. Ook hier was er door financiële problemen nood aan een nieuw ontwerp. De uitdagingen waren niet min: een terrein met niveauverschillen en een hoogtebeperking aan de kant van het Paleizenplein, het behoud van de winkels en het viaduct aan de Ravensteinstraat, het trappencomplex van de Baron Hortastraat... en dat alles met een strikt budget! Horta counterde meesterlijk de beperkingen. Hij leverde een ambitieus complex af met tentoonstellings- en concertzalen op een totale oppervlakte van zo’n 30.000 m2 en drie niveaus die de bovenstad met de benedenstad verbindt. Doorslaggevend was zijn vernieuwend gebruik van beton. Dat zie je vooral in de grote Hortahal. Beton was nu eenmaal sneller leverbaar en een stuk goedkoper dan metaal. In de eivormige concertzaal ‘Henry Le Bœuf’ kon hij er de golvende balkons mee verwezenlijken. In dit architecturaal pronkstuk met een schitterende akoestiek, hellende vlakken en 2.200 zitplaatsen spelen al sinds bijna een volle eeuw de allerbeste muzikanten. De Koningin Elisabethwedstrijd vindt hier niet zonder reden plaats! Bozar is tot op vandaag een culturele topreferentie. Het is ieder jaar uitkijken naar het nieuwe seizoen met concerten, expo’s, films, talks en veel meer.
Wist je dat?
Alle muziekliefhebbers kennen de Henry Le Bœuf-zaal. Deze zaal werd vernoemd naar bankier Henry Le Bœuf, bezieler van het Brusselse muziekleven en van deze muziektempel. Met de eivorm kwam Horta tegemoet aan de wensen van vioolvirtuoos Eugène Ysaye, die wou dat de artiesten zich omringd zouden voelen door het publiek.
Wiels, de voormalige Brouwerij Wielemans-Ceuppens: industriële toparchitectuur
Architect: Adrien BLOMME, 1930
De Wielemanstoren aan de Van Volxemlaan 354 blijft tot op vandaag een echte eyecatcher in Vorst. De bouw symboliseerde het hoogtepunt van het succes van de toenmalige brouwerij Wielemans-Ceuppens. Hier werkten wel meer dan duizend mensen! De nieuwe brouwerij werd in 1930 opgetrokken door de familiearchitect Adrien Blomme. Zowel op architectonisch als op technisch vlak behoorde ze tot de modernste brouwerijen van Europa. Alhoewel Blomme gebouwen in diverse stijlen neerzette, koos hij vaak voor art deco. In dit strakke, betonnen gebouw herken je de invloed van het modernisme. Door de grote, doorlopende vensters konden de voorbijgangers zien hoe het bier werd gemaakt. Om eenheid te creëren, kregen de bakstenen gevels van de oude brouwerij en de machinekamer op nummer 356-370 (waar nu het Centre Culturel de Forest BRASS en de Nederlandstalige bibliotheek huizen) een lichtgekleurde cementlaag met geometrische art-decoversieringen.
Drie van de oorspronkelijke acht koperen vaten zijn nog steeds duidelijk zichtbaar vanop straat. Ze vormen het decor van het café van het centrum voor actuele kunst Wiels. Daar kan je even verpozen bij een smakelijke hap of een drankje. Ook de bookshop is vrij toegankelijk. Naast vernieuwende expo’s van hedendaagse kunstenaars worden regelmatig artist talks, rondleidingen, workshops en familiezondagen georganiseerd die hedendaagse kunst toegankelijk maken voor een breed publiek. Typisch art deco zijn de plafond- en wandlampen in glas en metaal en de muurlambriseringen met zwarte en groene tegels.
Wist je dat?
De ruimtes achteraan het gebouw, die bereikbaar zijn via een trap, waren vroeger de graanzolders. Na een grondige verbouwing werden daar tentoonstellingszalen ingericht.
En modernisme dan?
De vernieuwingsdrang tijdens het interbellum ging gepaard met de nood aan besparingen. Architecten zoals Brusselaar Bourgeois ontwikkelden een radicalere architectuur die de aandacht deelde met de art deco: het nog meer uitgepuurde modernisme. Hij bouwde onder meer de sociale tuinwijk Cité Moderne in Sint-Agatha-Berchem, in een kubistische stijl zonder franjes. Adrien Blomme bouwde in 1930 de nieuwe brouwzaal en graansilo’s van de voormalige brouwerij Wielemans-Ceuppens (nu Kunstencentrum Wiels) in deze stijl. Hij begreep dat de architectuur functioneler moest worden om de kostprijs van de handenarbeid te drukken. In dezelfde optiek “evolueert de gevel naar een weerspiegeling van het rationele bouwplan...". Deze beweging inspireert nog steeds onze hedendaagse architecten.