Art deco in Brussel: enkele blikvangers

18 september 2024
architecture - art déco - nature

Na WO I blijft de wereld verweesd achter. Iedereen snakt naar vernieuwing, maar er is geen geld. Besparen dan maar. Exit de organische motieven en rondingen van de art nouveau: de lijnen worden strakker, de vormen geometrisch. Het is Victor Horta himself die in 1919 de lijnen uitstippelt van de art deco in Brussel, met zijn plannen voor het Paleis voor Schone Kunsten (Bozar). Die vormen het startschot voor een radicaal moderne kijk op architectuur en op de kunsten. Tijd voor een overzicht van enkele in het oog springende meesterwerken in de hoofdstad. En mooi meegenomen: alle gebouwen uit onze selectie zijn toegankelijk voor het publiek. 

  

Wist je dat?

De kunststroming ontleende haar naam aan een expo die in 1925 in Parijs plaatsvond: The International Exhibition of Modern Decorative and Industrial Arts. Bedoeling was de nieuwe stijl in architectuur, interieurdecoratie, meubels, glas, juwelen en andere decoratieve kunsten te tonen aan Europa en de rest van de wereld. Voor heel wat ideeën was het pas de eerste keer dat ze aan het publiek werden getoond.

En modernisme dan?

De vernieuwingsdrang tijdens het interbellum ging gepaard met de nood aan besparingen. Architecten zoals Brusselaar Bourgeois ontwikkelden een radicalere architectuur die de aandacht deelde met de art deco: het nog meer uitgepuurde modernisme. Hij bouwde onder meer de sociale tuinwijk Cité Moderne in Sint-Agatha-Berchem, in een kubistische stijl zonder franjes. Adrien Blomme bouwde in 1930 de nieuwe brouwzaal en graansilo’s van de voormalige brouwerij Wielemans-Ceuppens (nu Kunstencentrum Wiels) in deze stijl. Hij begreep dat de architectuur functioneler moest worden om de kostprijs van de handenarbeid te drukken. In dezelfde optiek “evolueert de gevel naar een weerspiegeling van het rationele bouwplan...". Deze beweging inspireert nog steeds onze hedendaagse architecten.