Stel je even Brussel voor tussen de twee oorlogen. De stad bruiste van het leven en de wijken in de rand breidden zich snel uit. Heel wat Belgische en Brusselse architecten zoals Adrien Blomme, Joseph Diongre en Michel Polak grepen hun kans en waagden zich aan dé artistieke stroming van die tijd: de art deco. Flatgebouwen, herenhuizen, sociale woningen, tuinwijken... beetje bij beetje ging de stad er anders uitzien. Wil je meer weten over deze boeiende architectuur? Lees verder en ontdek de grote namen achter de art deco in Brussel!
Michel Polak (1885-1948)
De schitterende Villa Empain, het uiterst chique Residence Palace (met zijn mozaïekzwembad en Turkse baden) en het elegante Tandheelkundig Centrum Georges Eastman (nu het Huis van de Europese Geschiedenis) zijn allemaal van zijn hand: Michel Polak. Hij stond niet alleen voor luxe en pracht in het Brussel van de eerste helft van de twintigste eeuw. Hij stelde ook een nieuwe manier van wonen in de stad voor, door zijn bijdrage aan de ontwikkeling van flatgebouwen.
Jean Baptiste Dewin (1873 – 1948)
Art deco is maar een stap verwijderd van de geometrische art nouveau! Jean Baptiste Dewin nam die stap met het grootste gemak. In het begin van de 20e eeuw bouwde hij heel wat ziekenhuizen, klinieken en zorgtehuizen zoals het Sint-Pieterziekenhuis in de Marollen. Voor de voormalige kraamkliniek van Elsene tekende hij muren in warme oranje baksteen met opschriften in mozaïek. Een van zijn meesterwerken is ongetwijfeld het gemeentehuis van Vorst. De proporties en de rijkelijke ornamenten van het gebouw zijn een ommetje meer dan waard.
Adrien Blomme (1878 – 1940)
Spaans-Moorse invloeden, regionalistische accenten, cottagestijl… Adrien Blomme zette gebouwen neer met de meest uiteenlopende invloeden. Maar het was zijn aanpak van de art deco die hem onderscheidde van zijn collega’s. De Wielemanstoren (nu Wiels) in Vorst en de Villa Vandevelde in Ukkel blijven tot op vandaag echte eyecatchers. En welke Brusselaar kent de voormalige Cinema Metropole niet, met zijn driedubbele glazen terrassen en lange gevel in travertijn? Het gebouw in de Nieuwstraat nummer 30 is een vertrouwd beeld in de hoofdstad.
Joseph Diongre (1878 – 1963)
Brussel heeft zijn eigen White House en dat is te danken aan Joseph Diongre! Geen ovaal kantoor hier, maar een extravagante gevel vol reliëf. Naast het Withuis is Joseph Diongre ook de architect van een van de meest iconische gebouwen van de hoofdstad: Flagey. De okerkleurige, bakstenen pakketboot is een tijdloze mix van soberheid en praktische zakelijkheid. Toen Joseph Diongre werd aangesteld als architect van de gemeente Molenbeek ging hij de uitdaging aan om sociale woningen te bouwen. De opmerkelijke tuinwijk Diongre telt 112 schilderachtige woningen in cottagestijl. Even bijzonder is de Sint-Jan-Baptistkerk in dezelfde gemeente, opgetrokken in gewapend beton.
Antoine Courtens (1899-1969)
Antoine Courtens leerde van de allergrootsten. Leerling van Victor Horta, medewerker van Tony Garnier in Lyon, discipel van Frank Lloyd Wright… de inwoner van Sint-Joost omringde zich met uitstekende referenties. In Brussel ontwierp hij het Palais de la Folle Chanson. Het verrassende luxeappartementsgebouw heeft een hoekrotonde, waarvan het bovenste deel stervormig is. Dat is een knipoog naar het Sterreplein, waar dit boegbeeld van de Brusselse art deco over uitkijkt. Verderop in Elsene is zijn voorliefde voor rotondes ook te zien in het Haerenshuis, met een gevel die zich uitstrekt tot langs de Brugmannlaan.
Léon Emmanuel Govaerts (1891 – 1970) et Alex Van Vaerenbergh (1885 - ?)
Aan het begin van de jaren 1930 ontwierp dit architectenduo een van de mooiste voorbeelden van de Amsterdamse School in Brussel: het Huis van Buuren. Zij ontwierpen een reeks mooie huizen en villa's in de geest van de jaren 1930, tussen art deco, eclecticisme en modernisme in. Solo nam Léon Govaerts Taverne l'Espérance onder handen. Zijn onnavolgbare stijl herken je in de gevel bekleed met rood marmer en versierd met prachtige geometrische glas-in-loodramen.
Albert Van Huffel (1877-1935)
De naam van Albert Van Huffel is onlosmakelijk verbonden met zijn levenswerk: de Basiliek van Koekelberg. Dat is het grootste religieuze art-decogebouw ter wereld en een totaalkunstwerk. Met de maquette van dit kolossale project won de Gentse architect de Grote Prijs van de Architectuur op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in Parijs. Van Huffel was niet alleen architect, maar ook ontwerper van meubels, tapijten, borduurwerk en verlichting. Kortom, een creatieve duizendpoot die functionaliteit en schoonheid perfect wist te combineren.